De juiste woning op het juiste moment – waarom leefstijldifferentiatie essentieel is voor doorstroming
18 02 2026In de vorige blog lieten we zien dat het woningtekort niet alleen een bouwprobleem is, maar vooral een benuttingsprobleem. We bouwen, maar de woningmarkt beweegt onvoldoende. De vraag is dan: waarom komt die beweging zo vaak niet op gang? Een belangrijk deel van het antwoord ligt in hoe we kijken naar de mensen voor wie we bouwen.
“De Senior” en de diversiteit achter deze doelgroep
In beleid en programmering wordt vaak gesproken over de senior alsof het één herkenbare doelgroep is. In werkelijkheid is de groep ouderen zeer divers. Er bestaan grote verschillen in vitaliteit, woonvoorkeuren, sociale behoeften en (toekomstig) zorggebruik. Een vitale 67-jarige met een actief sociaal leven vraagt iets anders dan een 82-jarige die rust zoekt of juist nabijheid en ontmoeting belangrijk vindt. Toch worden deze verschillen vaak samengebracht in één woonproduct. Het gevolg: woningen die voor niemand echt passend voelen.

Platform31 onderscheidt tien verschillende woonprofielen onder senioren (onderzoek door Springco). Deze variatie maakt duidelijk waarom één type ‘seniorenwoning’ onvoldoende aansluit bij de werkelijke woonvraag.
Waarom generiek aanbod weinig beweging oplevert
Onderzoek laat zien dat ouderen uiteenlopende woonprofielen hebben, met verschillende voorkeuren voor woonmilieu, zelfstandigheid en zorgnabijheid. Eén type ‘seniorenwoning’ sluit daarom zelden aan bij de werkelijke vraag. Wanneer woonconcepten te algemeen zijn, herkennen mensen zichzelf er niet in. Een verhuizing voelt dan niet als een stap vooruit, maar als een stap terug. Huishoudens stellen die stap liever uit. Doorstroming ontstaat pas wanneer mensen perspectief ervaren: een woning die beter past bij hun leven nu en straks. Zolang dat perspectief ontbreekt, blijft de woningketen vastzitten. Een daarmee ook de ruimtewinst waar we eerder op wezen.

De woonprofielen verschillen sterk op dimensies als autonomie, gemeenschappelijkheid, stedelijkheid en zorgbehoefte. Gemiddelde woonconcepten missen daardoor vaak aansluiting bij concrete leefstijlen.
Van leeftijd naar leefstijl en levensfase
Wat wel werkt, is kijken vanuit leefstijl en levensfase in plaats van alleen leeftijd. Levensfase gaat over hoe iemand leeft, hoeveel zelfstandigheid gewenst is, welke rol sociale contacten spelen en hoe de woonvraag zich waarschijnlijk ontwikkelt. Door deze verschillen expliciet te maken, ontstaat een realistischer beeld van de vraag. Dat maakt het mogelijk om meerdere woonpaden naast elkaar te ontwerpen. Niet één seniorenwoning, maar verschillende woonconcepten die passen bij verschillende fases in het ouder worden.
Leefstijldifferentiatie als motor voor doorstroming
Leefstijldifferentiatie is geen luxe, maar een randvoorwaarde om de woningmarkt in beweging te krijgen. Daar waar woonconcepten wel herkenbaar en passend zijn, zien we dat verhuizingen eerder plaatsvinden en de keten daadwerkelijk in beweging komt. Juist bij ouder wordende huishoudens is dit cruciaal. Niet omdat zij moeten verhuizen, maar omdat een passend alternatief het aantrekkelijk maakt om die stap te zetten op een moment dat het nog kan en gewenst is.
Hier wordt ruimtewinst concreet
Wanneer leefstijldifferentiatie ontbreekt, blijven grote woningen bezet en blijft nieuwbouw nodig om tekorten op te vangen. Wanneer woonconcepten wél aansluiten bij levensfase en leefstijl, komen verhuizingen op gang, wordt bestaande ruimte beter benut en neemt de druk op nieuwe bouwlocaties af. Ruimtewinst ontstaat daarmee niet door méér te bouwen, maar door beter passende woningen te realiseren.
Wat dit vraagt van beleid
Voor gemeenten betekent dit een andere manier van sturen. Niet één programma voor “ouderenhuisvesting”, maar meerdere woonconcepten naast elkaar, met expliciete keuzes per levensfase en een bewuste koppeling tussen woonproduct en doorstromingseffect. Dat vraagt om inzicht in wie waar woont, wie wil en kan verhuizen, en welk type woning welke beweging veroorzaakt. Pas dan wordt leefstijldifferentiatie een concreet sturingsinstrument.
Vooruitblik
Als woningen pas echt effect hebben wanneer ze aansluiten bij levensfase en leefstijl, dringt een volgende vraag zich op: waar werkt welk woonconcept eigenlijk goed? Want zelfs het best passende woonproduct functioneert niet los van zijn omgeving. In de volgende blog laten we zien waarom woonzorg niet alleen over woningen gaat, maar over de plek en het woonzorglandschap waarin mensen zelfstandig oud kunnen worden.
Wil je weten hoe gemeenten leefstijldifferentiatie concreet kunnen toepassen in hun woonzorgstrategie? In onze webinar op donderdag 12 maart 2026 laten we zien hoe inzicht in levensfasen en woonvoorkeuren kan worden vertaald naar keuzes die doorstroming en ruimtewinst opleveren.
Bij Springco houden we ons dagelijks bezig met data gerichte antwoorden op vraagstukken op het gebied van stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid, social impact en duurzame groei. Wil je meer weten over onze studies? Mail ons: info@springco.ai